14 karaat · keurmerk 585
58,5% goud: harder en krasbestendiger, en de rhodiumlaag houdt bij dagelijks dragen langer stand.
Een witgouden ring — ook geschreven als wit goud — ontstaat door goud te legeren met witte metalen zoals palladium, waarna het meestal wordt afgewerkt met een dunne rhodiumlaag voor die heldere zilverwitte glans. Bij ANRO Juweliers vindt u PreLoved witgouden ringen in 14 en 18 karaat, met ringmaat, bandbreedte en gewicht per ring vermeld.
Witgouden ringen bij ANRO
58,5% goud: harder en krasbestendiger, en de rhodiumlaag houdt bij dagelijks dragen langer stand.
75% goud met een hogere goudwaarde per gram. Onder de rhodiumlaag iets warmer van ondertoon.
Bij witgoud verschilt de zichtbare kleur van beide karaten nauwelijks, omdat de rhodiumlaag bovenop ligt. Het verschil zit vooral in goudwaarde en in wat u ziet zodra die laag slijt — en bij een ring gebeurt dat sneller dan bij welk ander sieraad.
Witgoud vraagt onderhoud dat geelgoud niet kent. De rhodiumlaag slijt aan de onderzijde van de band als eerste door, en kan opnieuw worden aangebracht. Wat dat betekent bij een PreLoved ring en wanneer het loont, leest u onderaan deze pagina.
Puur goud is geel. Voor witgoud wordt het gelegeerd met witte metalen — tegenwoordig vooral palladium, soms zilver — die de gele tint wegdrukken. Het resultaat is echter niet zilverwit maar een lichte, grijsgele kleur.
Om de heldere zilverwitte glans te krijgen die u van witgoud kent, wordt het sieraad afgewerkt met een rhodiumlaag: een uiterst dunne coating van rhodium, een metaal uit de platinagroep. Die laag geeft de spiegelende witte kleur en beschermt het goud eronder.
Dat maakt witgoud fundamenteel anders dan geelgoud of roségoud, waar de kleur in het metaal zelf zit. Bij witgoud ligt de kleur er deels bovenop — en bij een ring heeft dat de meeste gevolgen van alle sieraden.
Geen sieraad krijgt zoveel te verduren als een ring. Hij stoot tegen deurklinken, stuurwielen en gereedschap, en de onderzijde van de band schuurt continu tussen de vingers. Precies daar slijt de rhodiumlaag als eerste door.
Waar het begint. Bijna altijd aan de onderzijde van de band, het deel dat u zelf niet ziet maar dat het meest wordt belast. Daarna volgen de hoeken van de zetting. De bovenkant, die u wel ziet, blijft doorgaans het langst goed.
Wanneer. Bij een ring die u nooit afdoet — een trouw- of verlovingsring bijvoorbeeld — is de laag na twee tot drie jaar op de belaste plekken doorgesleten. Wat er dan doorheen komt is niet lelijk, maar wel merkbaar geliger.
Het is te herstellen. Rhodineren is een standaard behandeling bij elke goudsmid: de ring wordt gereinigd en opnieuw in een rhodiumbad gedompeld. Dat kost weinig en de ring is daarna weer als nieuw. Het kan zo vaak als nodig worden herhaald, en bij een ring is het gebruikelijk om dat om de paar jaar te laten doen.
Bij PreLoved is de staat wisselend. Wij beoordelen dat per ring en vermelden het; waar het loont, laten wij de ring opnieuw rhodineren voordat hij in de collectie komt.
De klassieke reden dat diamant in witgoud wordt gezet, is optisch. De heldere metaalkleur loopt visueel over in de steen, waardoor de diamant witter oogt dan hij feitelijk is. Bij geelgoud gebeurt het omgekeerde: het gele metaal weerkaatst in de steen en geeft die een warmere ondertoon.
Voor een diamant met een lichte gele zweem — wat bij PreLoved stenen zonder certificaat regelmatig voorkomt — is een witgouden zetting dus gunstiger. Bekijk de gouden ringen met diamant.
Bij kleurstenen werkt het andersom: witgoud geeft contrast. Een blauwe saffier, groene smaragd of lichtblauwe aquamarijn komt tegen koel metaal helderder uit dan tegen geelgoud. Het volledige aanbod staat bij de gouden ringen met steen.
Vóór 2001 werd witgoud vaak met nikkel gelegeerd in plaats van palladium. Nikkelallergie is een van de meest voorkomende contactallergieën in Nederland, en dat maakte witgoud destijds berucht bij mensen met een gevoelige huid.
Sindsdien gelden binnen de EU strenge regels voor nikkelafgifte bij sieraden die de huid raken, en wordt in de EU vrijwel altijd palladium gebruikt. Bij hedendaags witgoud speelt het probleem dus niet meer.
Bij vintage witgouden ringen van vóór die tijd kan nikkel er wel in zitten. Zolang de rhodiumlaag intact is komt uw huid er niet mee in contact — maar juist bij een ring, waar die laag aan de onderzijde het eerst doorslijt, is dat een reden om de staat goed te laten beoordelen. Twijfelt u, dan kan onze goudsmid de legering bekijken.
Witgoud reflecteert scherper dan geelgoud, waardoor vorm en zetting duidelijker uitkomen:
Bij bicolor ringen is witgoud gecombineerd met geelgoud in één ring — vaak met een witgouden kas op een geelgouden band, zodat u het contrast van geelgoud krijgt met de heldere weerspiegeling van witgoud rond de steen.
Bij dames is witgoud de gebruikelijke keuze bij een gezette steen, en bij het combineren met zilverkleurige sieraden. Zie de gouden ringen voor dames, met banden van 1,5 tot 6 mm.
Bij heren wint witgoud aan populariteit als eigentijds alternatief voor geelgoud, vooral in bredere banden en zegelringen. Zie de gouden ringen voor heren, doorgaans 4 tot 15 mm breed.
Drie zilverkleurige metalen die op het oog lijken maar wezenlijk verschillen:
Ziet u een zilverkleurige ring zonder gehaltestempel als 585 of 750 aan de binnenzijde, dan is het geen witgoud. Meer over het onderscheid bij soorten goud en echt goud herkennen.
Wat wij controleren voordat een ring in de collectie komt
Laten wij een ring vergroten of verkleinen, dan wordt hij daarna opnieuw gerhodineerd — anders blijft de bewerkte plek zichtbaar als een geliger streepje.
Onderhoud: lauwwarm water met milde zeep en een zachte tandenborstel rond de zetting. Gebruik geen poetsdoek voor zilver — die bevat schuurmiddel dat de rhodiumlaag juist wegneemt. Zie goud schoonmaken.
Goud gelegeerd met witte metalen zoals palladium, waardoor de gele tint wordt weggedrukt. Het resultaat is licht grijsgeel, en om de heldere zilverwitte glans te krijgen wordt het sieraad afgewerkt met een dunne rhodiumlaag. Het goudgehalte is identiek aan geelgoud: 58,5% bij 14 karaat, 75% bij 18 karaat.
Dat is de rhodiumlaag die daar is doorgesleten. De onderzijde van de band schuurt continu tussen de vingers en is daarom de eerste plek waar het geligere witgoud eronder zichtbaar wordt, meestal na twee tot drie jaar dagelijks dragen. Het is normaal en geen defect: opnieuw rhodineren maakt de ring weer als nieuw.
Bij een ring die u dagelijks draagt om de twee tot drie jaar; draagt u hem alleen bij gelegenheden, dan gaat het aanzienlijk langer mee. Het is een standaard behandeling bij elke goudsmid: de ring wordt gereinigd en opnieuw in een rhodiumbad gedompeld. Dat kost weinig en kan zo vaak als nodig worden herhaald.
Nee. Bij hetzelfde karaat bevat witgoud exact evenveel puur goud als geelgoud: 58,5% bij 14 karaat, 75% bij 18 karaat. Alleen de samenstelling van het bijmetaal verschilt. De goudwaarde per gram is identiek.
Omdat de heldere metaalkleur visueel overloopt in de steen, waardoor de diamant witter oogt dan hij feitelijk is. Bij geelgoud gebeurt het omgekeerde: het gele metaal weerkaatst in de steen en geeft die een warmere ondertoon. Voor stenen met een lichte gele zweem is witgoud dus gunstiger.
Bij hedendaags witgoud vrijwel niet: sinds 2001 gelden binnen de EU strenge regels voor nikkelafgifte en wordt vrijwel altijd palladium gebruikt. Bij oudere ringen van vóór die tijd kan nikkel wel aanwezig zijn. Zolang de rhodiumlaag intact is komt uw huid daar niet mee in contact; bij een ring slijt die laag aan de onderzijde het eerst door.